Stichting Peddelpraat Website voor Kanovaarders

Veiligheid – Grootwater- & Zeevaren

De specifieke risico’s bij kajak tochten op groot water en (Wadden-) zee hebben te maken met:

  • Invloed van wind, golven en stroming (zee).
  • Afstand tot de kant, waardoor aanlanden niet altijd direct mogelijk is.
  • Omgeslagen vaarders worden met een geassisteerde redding weer in de kajak geholpen.
  • Beschikbare én vanuit de kajak, vanaf het water, bereikbare (veiligheids-) uitrusting.
  • Mogelijke aanwezigheid van branding op de kust.

Er kan (internationaal) gebruik gemaakt worden van specifiek voor zeekajakvaren opgestelde opleidingsdocumenten (cursusboeken) en certificering voor zowel vaarders, tochtleiders als instructeurs. In Nederland is dit georganiseerd via het Watersportverbond (WSV).

De tochtleiders van de Wad- & Kustcommissie hebben minimaal de certificering “WSV Zeekajak Tochtleider”.

Hieronder worden de belangrijkste aspecten genoemd voor tochtleider en deelnemers. In de WSV zeekajak opleidings-documenten staat dit in meer detail beschreven.

De tochtleider:

  • Is op de hoogte van de weersverwachting gedurende de tocht.
  • Is op de hoogte van de getijstroming gedurende de tocht (op zee of Wad).
  • Heeft lokale kennis van het vaargebied.
  • Beschikt over voldoende vaardigheden om een groep te leiden (fysiek, mentaal en sociaal).
  • Beschikt over een recente (zee-)kaart van het vaargebied,
  • Beschikt over mogelijkheden tot communicatie, zoals mobiele telefoon en marifoon (portofoon) en noodsignalen.
  • Beschikt over een eigen uitrusting die voldoet aan de eisen voor “Zeekajak Vaardigheid Extra”.
  • Inventariseert de vaarcapaciteiten van de deelnemers (voorafgaande aan de tocht).
  • Wijzigt het vaarplan als de weersomstandigheden of de samenstelling van de groep dat noodzakelijk maakt.
  • Informeert de in het vaargebied aanwezige autoriteiten, zoals de voor dat zeegebied aangewezen verkeerscentrale of meldpost.
  • Heeft het recht deelnemers te weigeren als aan de vaarcapaciteiten getwijfeld wordt.
  • Heeft altijd een assistent in de groep.

De deelnemer:

  • Is zich bewust van de eigen vaarcapaciteiten, zoals aantal jaren ervaring, beheersing van de basis vaartechnieken, varen in golven en bij (tegen-)wind en de actuele fysieke conditie.
  • Is vooraf op de hoogte van de weersverwachting.
  • Is in staat de geplande tocht te volbrengen (fysiek, mentaal en sociaal).
  • Heeft de, voor de betreffende tocht, minimale benodigde uitrusting bij zich.
  • Past zich aan als de tochtleider besluit het vaarplan te wijzigen.
  • Heeft een sleeplijn bij zich; klaar voor gebruik.

Risico’s & Voorzorgsmaatregelen

Omstandigheden (zelfs nog vlak voor het instappen):

  • Hoe was het weer de afgelopen dagen en wat is de verwachting voor en op de vaardag(en)?
  • Hoe zijn de golven en stroming onderweg en waar wordt in- en uitgestapt of gepauzeerd?
  • Is het verstandig om te varen, met deze groep?

Onderkoeling:

  • Zorg voor de juiste vaarkleding (geschikt om in het water te liggen).
  • Zorg voor voldoende voedsel om energie te hebben voor (fysiologische) ‘verbranding’.

Oververhitting:

  • Regelmatig het hoofd koelen door de pet nat te maken.
  • Voldoende drinken.

Uitdroging:

  • Voldoende drinken gedurende de tocht.

Uitputting:

  • Voldoende uitgerust aan de tocht beginnen.
  • Voldoende getraind zijn.
  • Energie verdelen over de dag.
  • Voldoende eten om onderweg de energievoorraad aan te vullen.

Verbranding:

  • Voldoende getraind zijn.
  • Beschikken over vaartechnieken die de gewrichten en spieren optimaal (efficiënt én veilig) belasten.
  • Rustig beginnen, eventueel warming up.

Blessure:

  • Zonnebrand (watervast) gebruiken.
  • Zonnebril opzetten.
  • Zoveel mogelijk de huid bedekken.
  • Het hoofd bedekken.

Buitenland

De tochtleiders zijn (Nederlandse of buitenlandse) Tochtleiders of Instructeurs zeekanovaren met ervaring in het vaargebied. PeddelPraat of de tochtleider inventariseert de vaarcapaciteiten van de deelnemers voorafgaande aan de tocht. De deelnemers wordt aangeraden om een risicoverzekering / reisverzekering af te sluiten die de uitgeoefende activiteit dekt.

Goed Zeemanschap

Voor alles geldt: goed zeemanschap! Houd je aan je plan dat je thuis hebt bedacht. Pas het plan aan als het nodig is, waarbij de veiligheid altijd voorop blijft staan.

Goed zeemanschap is een overkoepelend begrip voor verantwoordelijk, veilig en respectvol gedrag op het water. Het houdt in dat situaties juist worden ingeschat, geanticipeerd wordt op andere vaarweggebruikers en, alleen als het niet anders kan, van formele vaarregels wordt afgeweken om gevaar of schade te voorkomen.