Stichting Peddelpraat Website voor Kanovaarders

Toebehoren

Peddel

Kajak peddel

Een (te) eenvoudige vuistregel was altijd: ga rechtop staan met de peddel naast je; rug niet strekken en niet op je tenen gaan staan. Nu moet je met gestrekte arm de vingers om de bovenkant van het blad kunnen buigen. Iets korter kan ook, langer niet.

Echter, niet alleen de lengte is van belang, maar ook de grootte van het blad. Denk daarbij aan de versnelling bij een fiets:

  • Groot verzet: lange peddel met ‘grote’ bladen.
  • Klein verzet: korte peddel met ‘kleine’ bladen.

Gelukkig zijn er tegenwoordig ook veel goede en degelijke 2-delige kajak peddels te koop. Dat is niet alleen handig bij het transport in de auto. Met een hevel sluiting kan dan niet alleen de lengte (vaak tot 10 cm langer) maar ook de draaiïng van de bladen ingesteld worden; zelfs ook voor linkshandig gebruik. Voor de stabiliteit van het hevelsysteem is maximaal 5 cm uitschuiven beter. Met het varieren van de lengte kun je het ‘verzet’ instellen.

Een nieuwe vuistregel is:

  • Toer- en zeevaren:
    Kortste lengtes tussen 200-215 cm; maximaal tot 210-225 cm;
    Bladgrootte: niet te groot (uitproberen).
  • Wildwatervaren:
    Lengtes tussen 190-200 cm;
    Bladgrootte: niet te klein (uitproberen).

Kano peddel (steekpeddel, pagaai)

De peddel voor een open kano wordt meestal een steekpeddel of pagaai genoemd.

De vuistregel voor een goede lengte van de steekpeddel is:

  • Ga op een kruk zitten (hoeveel cm hoge kruk ?). 
  • Zet de knop tussen je benen op de kruk met de steel verticaal.
  • Pak de steel net onder het blad vast.
  • Als je rechtop zit moet nu de knokkel van je middelvinger op het puntje van je neus komen. Maximaal een hand langer is ook nog goed.

Het vaarwater en de activiteit bepalen dus, naast je postuur, wat de ‘goede’ lengte van een kajak of kano peddel is. Een peddel met voor jou de juiste lengte voorkomt blessures en draagt bij aan het aanleren van een goede vaartechniek.

Spatzeil

Met een spatzeil wordt de kuip opening van de kano afgesloten. Hierdoor krijg je geen water binnen. Mocht er toch wat water binnenkomen is een spons handig.

Belangrijk is dat er een lus aan de buitenkant zit, zodat je in nood het spatzeil kunt lostrekken.

Oefen het ‘op de tast’ vinden van deze lus:

  • Ga in je kajak zitten;
  • Sluit het spatzeil;
  • Sluit je ogen;
  • Zoek en volg met beide handen de kuiprand naar voren tot je de lus voelt;
  • Trek het spatzeil los door de lus NAAR VOREN te trekken.

Let op:

Afhankelijk van de breedte en de scherpte van de kuiprand, in combinatie met het materiaal van het spatzeil, werkt het naar je toe trekken van de lus minder makkelijk of zelfs niet, of beschadigt op ten duur het spatzeil of de lus. Daarom de lus altijd NAAR VOREN trekken!

Noodscenario:

De meeste kajaks hebben tegenwoordig een grote sleutelgat kuip. Het spatzeil is vaak ook los te trekken via de zijkant. Oefen dit ook!

Drijfvermogen

Om te voorkomen dat de boot, bij omslaan, zinkt is drijfvermogen noodzakelijk. Dit kan in de vorm van luchtzakken (zo groot mogelijk), of met waterdichte schotten, zoals bij zeekajaks.

In veel wildwaterkajaks zit net genoeg drijfvermogen om de boot zogenaamd zwevend te houden (de boot blijft net onder het wateroppervlak hangen). Ook hier zijn luchtzakken aan te raden.

Na omslaan zit er veel water in de boot. Alles wat gevuld is met lucht bevat geen water en dan scheelt het nogal of je 100 of 300 liter water uit de boot moet halen.

Grijplijnen en draagklossen

Grijplijnen op het bovendek van de boot zorgen ervoor dat je altijd grip hebt op een natte, gladde boot. Op een WW kajak mogen geen grijplijnen zitten, omdat deze gevaarlijk zijn op een rivier met obstakels. Bij zeekajaks zijn grijplijnen juist verplicht.

Draagklossen (of toggles) zijn wel altijd nodig. Deze kunnen ook gebruikt worden om de boot te dragen. De draagklossen zitten bij voorkeur aan de uiterste voor- en achterpunt van de boot. De toggle moet zo zijn bevestigd dat er geen vingers bekneld kunnen raken tussen de touwtjes. Het liefst klossen die breed genoeg zijn, waar je met al je vingers grip op hebt tijdens het dragen.

Zitje

Een belangrijk onderdeel van de kano is het zitje en het zitcomfort. Zorg daarom voor een comfortabel en stevig zitje. Afhankelijk van de soort activiteit wil je juist kunnen schuiven in je zitje (toervaren) of juist niet (wildwatervaren).

Voetensteunen

Let ook op dat je voeten voldoende ruimte hebben, maar dat je ook steun hebt aan je voetensteun. De voetensteun moet zodanig zijn afgesteld dat je met gebogen benen (knieën opzij tegen het dek) met de bal van de voet op de steun rust. Je kunt je dan schrap zetten en ook ontspannen.

Bootcontact:

Om een kajak goed te kunnen ‘besturen’ is goed bootcontact vereist. Bootcontact is een combinatie van:

  • het zitje,
  • de rugband,
  • de hoogte en breedte van de kuip,
  • de vorm van de kuiprand,
  • de voetensteunen en
  • het postuur van de vaarder.

Voor een goede vaartechniek is naast een goed bootcontact ook een ‘actieve’ vaarhouding vereist; hoe zou “Superman” in de kajak zitten ?

Let op: gebruik de Superman metafoor vooral niet bij de keuze van een peddel,,,

Scheg

Soms is het lastig de kano op koers te houden met zijwind. Steeds met peddelslagen (boogslagen) corrigeren is zeer vermoeiend en kost snelheid. Dit kan gecorrigeerd worden door een scheg of roer. Hierin zijn verschillende vaste en optrekbare systemen, waarvan het meest eenvoudige schegje zo onder de boot geplakt kan worden.